Wilma’s verhaal: “Met gemeenschapsdenken kunnen we veel meer dan we denken”

Na jaren van activisme in de Amsterdamse kraakbeweging, de anti-militaristische beweging en de homobeweging is Wilma een uitvaartbedrijf begonnen. Op de zolder van haar huis, in voormalig kraakpand ‘de dikke deur’, spreek ik haar voor deze serie verhalen uit de stad. We hebben het over activisme, community-based werken, internationale samenwerking en haar werk als ZZP-er.

De kraakbeweging
“Dit huis hebben we in 1984 gekraakt. Het wemelde toen van de kraakpanden, kraakcafe’s in de stad. Wij waren een van de eerste panden die anoniem gedagvaard werden, het lukte ons om te blijven, maar het werd steeds moeilijker. De mooiste kraken waren scholen of fabrieken, en die geschikt te maken als woon-werkpanden. Zoals Tetteroo en de van Ostadefabriek met theater, drukkerij de Raddraaier, Fietsenwerkplaats Smerig. Samen met een aantal vrouwen bouwden wij de oude gymzaal van een gekraakte huishoudschool om tot drukkerij Las Muchachas. Wij kozen er bewust voor om als uitkeringsgerechtigden niet-loonvormend te werken. Ondertussen waren we wel gewoon vijf dagen per week in de weer. We drukten affiches, pamfletten en boekjes voor krakersgroepen, vrouwengroepen, flikker- en pottengroepen. Met de inkomsten van drukwerk voor gesubsidieerde organisaties, werden weer acties ondersteund. Er werkten politieke vluchtelingenvrouwen uit Latijns-Amerika en samen met een aantal andere drukkerijen in Amsterdam werden drukkerijen in landen als El Salvador, Nicaragua, Honduras, Uruquay ondersteund. Boeiend om in die van oorsprong mannenwereld met vrouwen te werken.

Community-based
“Mijn grote leerschool was in Brazilië. Eind jaren zeventig werkte ik op een soort woon-werk gemeenschap in een krottenwijk in Belém. Daar zochten gevluchte mensen uit de Amazonas hun toevlucht. Grote stukken oerwoud werden in die tijd verkocht aan grootgrondbezitters, die wilden de grond ‘schoon’ hebben en werkten met gewapende bendes. Er was geen riolering, water kwam uit waterputten. Iedereen had daar eigenlijk de hele tijd diarree. De gemeentelijke gezondheidsdienst wilde anti-biotica verstrekken, maar de bewoners wilden riolering, dan zou het probleem opgelost zijn.  En dat hebben ze voor elkaar gekregen. We bouwden er samen met de bewoners een school. Toen een potentiele financier de eis had dat er een bord met hun naam bij de poort geplaatst zou worden, hebben ze de subsidie afgewezen: dit project is van ons! Moet je nagaan, zelf geen cent te makken en toch blijven staan waar je voor staat. Ik heb er enorm veel geleerd en vele blunders gemaakt. We waren bezig met de aanleg van een coöperatieve moestuin. De grote dag brak aan dat we de gezaaide stekjes in de bemeste bedden zouden plaatsen. Ik deed het zoals ik thuis geleerd had – ‘alleen de sterksten zijn de moeite van planten waard’. De andere vrouwen pakten zwijgzaam de door mij weggegooide stekjes en plantten deze aan de zijkanten van de bemestte bedden. Toen ik wat tegenstribbelde als – het kost veel water en tijd om de zwakke plantjes te laten groeien – was hun repliek: “ wij gooien hier niets weg’. Die plantjes aan de zijkant waren voor hen, zo hielden zij zelf ook nog wat te eten over. Heel slim natuurlijk.”

Terug naar Nederland
Ik was er in de nadagen van de dictatuur en er was een enorme mobilisatie voor vrije verkiezingen en gigantische protesten. Ik vond het fantastisch en schilderde de ene spandoek na de ander. Een van de vrouwelijke leiders nam me apart en zei ‘Wilma je woont hier wel net als wij in een krotje, maar er is een groot verschil: voor jou is het een keus en voor ons niet. Als jij ziek wordt stuurt je vader geld voor een ticket en ga je naar Nederland naar één van de beste ziekenhuizen. Je wilt solidair zijn met ons, maar zal hier altijd een ‘gringo’ blijven. Hier moeten wij protesteren, moeten wij onze mond open doen, moet één van ons het woord voeren. Jij kunt veel meer voor ons betekenen in je eigen land, wij hebben jullie steun nodig, daar moet je de vlag omhoog houden en voor ons op de bres. Dat kwam binnen … ik wilde niet weg, was zo van dit land gaan houden., maar ze had wel gelijk. Dus toen ging ik terug.”

Homo-buddyproject
“Toen vrienden van mij hiv/aids kregen ben ik ook in de AIDS-beweging beland. Dat is ook echt een voorbeeld dat je niet op de overheid moet wachten, maar door eigen initiatieven veel kan bereiken waar de overheid uiteindelijk wel op mee moet gaan bewegen. In het begin was er een enorme angst voor besmetting, veel stigma en discriminatie, terwijl er door de homobeweging juist meer vrijheden waren bevochten. Het homo-buddyproject werd opgericht vanuit de community onder het motto: ‘wij laten onze jongens niet in de steek.’ In de meest heftige tijden, toen er nog geen hiv-medicatie was,  waren er wel vierhonderd vrijwilligers. Ik ben zelf ook een tijdje buddy geweest en daarna trainer bij het project. Nog steeds zijn er twee buddyprojecten in Amsterdam, bij de Regenboog en de Roze Buddy groep.”

Lokaal werken
“Ik kreeg vanuit Latijns-Amerika vragen over hoe het buddy project hier precies werkte en of we zouden kunnen samenwerken. Je kan niet zomaar kopiëren, wat hier goed werkt, zal in een andere context aangepast moeten worden. Daar wilde ik wel voor gaan! Met kleine subsidies kon een eerste project gestart worden in Rio de Janeiro. Met het succes van dit project ging de bal rollen, 24 projecten in Brazilië en daarna de omringende landen. Een van de leukste ideeën kwam groep LHBT jongeren, in een film wilden ze de werkelijkheid eens om draaien. Ze maakten een scenario en kregen les van de lokale filmacademie, ze speelden zelf : Een klas vol gays en lesbo’s en een heteromeisje die verliefd werd op een heterojongen en bij haar lesbische moeder thuiskwam met dat vriendje. En dan… Vul maar in… Zo geniaal. Het filmpje is verspreid op social media, en wordt nu in het voorlichtingspakket op honderden scholen gebruikt. Door al deze successen lukte om steeds grote fondsen te werven tot aan grootschalige financiering van BUZA aan toe. Ik vond het super weer te kunnen terug te keren en opnieuw jaren samen te werken met de Latino’s. Maar met Nederlandse overheidsfinanciering gaan ook andere zaken werken, zoals bureaucratie en al die overheadkosten. Ik ben uiteindelijk meer van het kleinschalige.

Uitvaart
“Ik was me aan het oriënteren op hoe verder, toen Zielhuis Uitvaart op mijn pad kwam. Een collega-vriend was net gestart met het bedrijf, kreeg kanker ik werd door hem gevraagd of ik het bedrijfje wilde voort te zetten. Dat vond ik wel een uitdaging. Zonder directeur die dwarszat werken als ZZP-er. Gewoon zelf verantwoordelijk nemen voor beleid, visie en wijze van werken. We geven veel voorlichting aan over hoe je de uitvaart in eigen hand kunt houden aan bijvoorbeeld stadsdorpen en vrijwilligersorganisaties. Als je weet wat er mogelijk is, kun je eigen keuzes maken. Leven doe je op je eigen manier, afscheid nemen ook. Als je je hele leven hebt opgetreden, waarom zou je dan naar de aula van een crematorium gaan en niet een herdenking in een theater houden? Als je houdt van fietsen waarom zou je dan de rouwauto gebruiken? Laatst heb ik nog een bakfiets mogen lenen van fietsenwerkplaats Smerig die nog steeds bestaat. Met het hele gemeenschapsdenken kunnen we veel meer dan we denken.”